Je kunt ons gewoon bellen of appen: 085 065 6233

Webshop keurmerk Thatsled.nl
Stof- en kleurstalen als voorbeeld van kleurwaarneming

Hoe zien wij kleuren? Licht, ogen en waarneming

We zien kleuren doordat licht onze ogen bereikt en daar wordt omgezet in signalen voor de hersenen. Bij een voorwerp zoals een bank of een trui gaat het meestal om weerkaatst licht. De verlichting, het materiaal en onze waarneming bepalen samen welke kleur we zien.

Kleur begint bij licht

Zichtbaar licht bestaat uit een bereik van golflengtes. Wit licht is een mengsel, maar niet iedere witte lichtbron bevat dezelfde verhouding van golflengtes. Zonlicht en licht uit verschillende lampen kunnen daardoor anders uitpakken op hetzelfde materiaal.

Een rode trui weerkaatst bijvoorbeeld relatief veel licht uit het rode deel van het spectrum en absorbeert een deel van het overige licht. Dat betekent niet dat de stof uitsluitend één rode golflengte terugkaatst. Het volledige mengsel dat je oog bereikt, telt mee.

Wat doen staafjes en kegeltjes?

In het netvlies achter in het oog zitten lichtgevoelige cellen: staafjes en kegeltjes. Staafjes helpen vooral bij weinig licht. Kegeltjes maken het onderscheiden van kleuren mogelijk wanneer er voldoende licht is.

De meeste mensen hebben drie soorten kegeltjes, met verschillende gevoeligheden voor korte, middellange en lange golflengtes. Ze worden vaak blauw-, groen- en roodgevoelig genoemd, maar hun gevoeligheidsgebieden overlappen.

Eén kegeltje herkent dus niet zelfstandig één kleur. Het visuele systeem vergelijkt de reacties van verschillende kegeltjes om kleurinformatie te vormen.

Hoe maken de hersenen daar een kleur van?

De signalen uit het netvlies reizen via de oogzenuw verder naar de hersenen. Daar wordt de informatie verwerkt tot wat je ziet. Ook de omgeving speelt mee: dezelfde kleur kan naast een donkere achtergrond anders overkomen dan naast een lichte achtergrond.

Onze waarneming past zich bovendien gedeeltelijk aan de verlichting aan. Daardoor blijven we een wit vel papier vaak als wit herkennen, ook als het licht iets warmer wordt. Die aanpassing is niet onbeperkt.

Waarom verandert een kleur onder een andere lamp?

Een lamp kan bepaalde delen van het spectrum sterker weergeven dan andere. Daardoor kan een stof of verfstaal onder die lamp anders ogen dan bij daglicht. Dat merk je bijvoorbeeld wanneer twee kledingstukken in de winkel bij elkaar lijken te passen, maar thuis minder goed overeenkomen.

Bij het kiezen van verlichting zijn daarom zowel de lichtkleur in kelvin als de kleurweergave via de CRI-waarde van belang. Kelvin beschrijft de warme of koele uitstraling van het witte licht; CRI geeft informatie over de weergave van objectkleuren ten opzichte van een referentielichtbron.

Hoe vergelijk je kleuren in huis?

Bekijk een verfstaal, gordijn of meubelstof op de plaats waar je die wilt gebruiken. Beoordeel het materiaal zowel overdag als onder de verlichting die er ’s avonds brandt. Leg kleurstalen ook naast elkaar: onderlinge verschillen zijn dan beter te beoordelen.

Zoek je passende ledlampen, vergelijk dan naast lichtkleur en kleurweergave ook de lichtopbrengst. Meer lumen verandert de spectrale samenstelling niet vanzelf, maar de hoeveelheid licht heeft wel invloed op wat je kunt onderscheiden.

100 dagen retour & omruilen
Persoonlijk advies
Veilig & betrouwbaar bestellen
Please select your product