Een SWP-snoer voor een ledpaneel kies je op basis van de exacte aansluiting, driver en installatie. De naam alleen vertelt niet welke kabel je nodig hebt. Zoek daarom eerst uit welke twee onderdelen je wilt verbinden en welke productcodes daarbij horen.
Wat zegt de aanduiding SWP?
Je komt SWP of 3-SWP tegen in productnamen van aansluitsnoeren en panelen. Gebruik die aanduiding als vertrekpunt om de bijbehorende productspecificatie te vinden. Leid er geen universele aansluiting, pinbezetting of uitwisselbaarheid met andere merken uit af.
Controleer bij de leverancier de fabrikant, serie, artikelcode en functie van de kabel. Een verlengsnoer en een aansluitsnoer kunnen verschillende uiteinden hebben. Ook dezelfde kleur of een gelijkend stekkerhuis is onvoldoende om twee onderdelen als passend te beschouwen.
Netzijde en paneelzijde uit elkaar houden
Bij een paneel met externe driver zitten er twee verschillende verbindingen in het systeem. Aan de ingang krijgt de driver zijn voeding vanuit de installatie. Aan de uitgang levert hij de elektrische voeding die bij het paneel hoort. Een kabel voor de ingang is niet vanzelf geschikt voor de uitgang.
Veel panelen werken met een driver die een bepaalde stroom levert binnen een opgegeven spanningsbereik. Kijk daarom niet alleen naar het wattage. Voor vervanging moeten onder meer uitgangsstroom, spanningsbereik en paneelspecificatie passen. Lees de keuze tussen constante stroom en constante spanning.
Welke uitvoering vind je bij ThatsLed?
Het Cupid-paneel PCUPID6060-ND-SW wordt volgens de productgegevens geleverd met een Boke aan-uitdriver en een 3-SWP-snoer van 1,5 meter. Controleer dus eerst wat er al bij het paneel zit voordat je een extra aansluitsnoer bestelt.
Bij losse kabels maakt de functie verschil. Een P811129-verlengsnoer is volgens de winkelgegevens 1 meter lang, inclusief plug, en heeft een driepolige male/female-aansluiting. Het P811006-aansluitsnoer is 0,5 meter lang en heeft een male 3-SWP-connector. Het zijn dus verschillende kabeluitvoeringen.
| Jouw situatie | Eerst bepalen |
|---|---|
| Een nieuw Cupid-paneel aansluiten | Of het meegeleverde snoer de juiste gebouwconnector bereikt en daarbij hoort |
| Een bestaande 3-SWP-verbinding verlengen | Of een male/female-verlengsnoer binnen exact hetzelfde toegestane systeem past |
| Een los aansluitsnoer vervangen | Welke uitvoering de driverfabrikant voorschrijft, inclusief het andere kabeluiteinde |
| Voeding vanuit een wandcontactdoos | Welke complete netsnoeruitvoering daarvoor is voorgeschreven |
De productbenamingen bevestigen nog niet dat deze losse kabels met ieder paneel of iedere gebouwconnector mogen worden gecombineerd. Laat de exacte combinatie van paneel, snoer en tegenconnector bevestigen. Geef bij deze voorbeelden de artikelcodes door; alleen ‘een SWP-kabel’ is onvoldoende specifiek.
Welke gegevens heb je nodig?
- Merk en artikelcode van paneel, driver en bestaande aansluiting.
- Of de kabel aan de netzijde of paneelzijde wordt gebruikt.
- Connectorserie, aantal polen, codering en toegestane verbinding.
- De voorgeschreven kabeluitvoering en benodigde lengte.
- De gebruikte bediening, bijvoorbeeld gewoon schakelen of DALI.
Maak foto’s van bereikbare etiketten en van de complete, spanningsloos gemaakte aansluitcombinatie wanneer dat veilig en volgens de instructies kan. Laat vaste aansluitingen door een vakbekwaam installateur beoordelen. Bestel niet alleen op basis van een foto van de stekkervorm.
Fysiek passend is niet voldoende
Installatiestekkers van verschillende fabrikanten zijn niet automatisch uitwisselbaar. Wieland waarschuwt bijvoorbeeld expliciet tegen het mengen van zijn GST-installatiestekkers met die van andere fabrikanten. Neem een aanduiding als ‘past op’ daarom niet als volledige technische onderbouwing.
Gebruik de voorgeschreven onderdelen binnen het passende systeem. Lees de uitleg over Wieland bij verlichting wanneer de bestaande installatie daarmee is uitgevoerd. Een SWP-benaming is op zichzelf geen bevestiging dat het om dat systeem gaat.
Voorbeeld: één paneel vervangen in een systeemplafond
Stel dat je een paneel vervangt en boven het plafond een stekerbare aansluiting aantreft. Het nieuwe paneel wordt geleverd met een andere driver en een kort aansluitsnoer. Controleer eerst welke delen bij het nieuwe paneel horen en welke aansluiting van de gebouwinstallatie komt.
Laat vervolgens vaststellen of het voorgeschreven aansluitsnoer bij het bestaande systeem beschikbaar is. Gebruik de oude driver niet automatisch opnieuw omdat de paneelstekker lijkt te passen. Laat ook geen ongecontroleerde verbinding tussen een netkabel en paneeluitgang maken.
Meet de werkelijke route tot de aansluiting. Er moet voldoende ruimte zijn om het paneel volgens de montage-instructies te plaatsen en later te onderhouden, zonder trek op kabels. Controleer dat kabel en driver niet tussen frame en paneel worden geklemd.
Dimmen en CCT vragen een afzonderlijke controle
Een aansluitsnoer maakt een paneel niet dimbaar. De driver, bediening en eventuele stuurverbinding moeten gezamenlijk de gewenste dimmethode ondersteunen. DALI, fasegestuurd dimmen en andere systemen vragen niet automatisch dezelfde bekabeling.
Een CCT-schakelaar kan bedoeld zijn om de lichtkleur lokaal te kiezen. Dat betekent niet vanzelf dat je extra stuurdraad of bediening op afstand hebt. Bekijk wat een CCT-switch doet en controleer de uitvoering van het concrete paneel.
Lengte en montage samen bepalen
Verleng de kabel tussen driver en paneel alleen wanneer de fabrikant dat toestaat, met de opgegeven onderdelen en maximale lengte. Een geschikte netverlenging geeft geen toestemming om ook de paneelzijde op dezelfde manier te verlengen.
Controleer bij een opbouwframe de beschikbare ruimte voor driver en verbinding. Houd benodigde ventilatie en onderhoudsruimte vrij volgens de productinstructies. Vergelijk paneelkabels en connectoren pas nadat de aansluiting is vastgesteld, en kies ledpanelen als complete passende combinatie.
Bekijk het assortiment in led paneel 60×60, verlengsnoer, aansluitsnoer.

