De geschiedenis van de lamp gaat veel verder terug dan de gloeilamp. Lang voordat er elektriciteit in huis was, gebruikten mensen vuur om ook na zonsondergang te kunnen zien. Olielampen, kaarsen en later elektrische lichtbronnen veranderden stap voor stap hoe we wonen en werken.
De eerste lampen: licht uit een vlam
Bij een olielamp trekt een lont brandstof naar de vlam. Zulke lampen werden al in de oudheid gebruikt. In museumcollecties zijn bijvoorbeeld Romeinse olielampen van aardewerk bewaard gebleven. De vorm kon eenvoudig zijn, maar er waren ook versierde exemplaren.
Voor de vraag ‘wanneer is de lamp uitgevonden?’ bestaat daarom geen enkel jaartal. Een olielamp en een elektrische lamp gebruiken verschillende technieken. Ze beantwoorden wel dezelfde behoefte: licht op een plek en tijd waarop daglicht niet voldoende is.
Van verbranding naar elektrisch licht
In de negentiende eeuw onderzochten uitvinders hoe elektriciteit licht kon voortbrengen. Bij een booglamp ontstaat licht door een elektrische ontlading tussen elektroden. Bij een gloeilamp wordt juist een dunne draad zo heet dat die licht uitstraalt.
Het verschil is belangrijk: de eerste elektrische verlichting was niet hetzelfde als de gloeilamp voor thuis. Onderzoekers moesten niet alleen licht maken, maar ook zorgen dat een lamp bruikbaar bleef en op een geschikte elektriciteitsvoorziening kon werken.
Wie heeft de gloeilamp uitgevonden?
Thomas Edison is de bekendste naam, maar hij werkte niet vanuit het niets. Onder anderen Joseph Swan ontwikkelde eveneens gloeilampen. De geschiedenis bestaat uit bijdragen aan de gloeidraad, het vacuüm, de aansluitingen en de productie.
In 1879 bereikte Edisons team een belangrijke stap met een werkende kooldraadlamp. Zijn Amerikaanse patent werd op 27 januari 1880 verleend. Die twee jaartallen worden daarom vaak genoemd wanneer het over de uitvinding van de gloeilamp gaat.
Edison droeg daarnaast bij aan een systeem om elektrisch licht praktisch toe te passen. Het succes ging dus om meer dan alleen één glazen lampje. ‘Edison heeft het licht uitgevonden’ is een te eenvoudige samenvatting: licht bestaat van nature en kunstmatige verlichting was er al veel eerder.
Andere vormen van elektrische verlichting
Na de vroege gloeilampen volgden verdere verbeteringen en andere technieken. Fluorescentieverlichting, zoals TL, werd belangrijk voor het verlichten van grotere ruimtes. Ook de compacte spaarlamp bood een alternatief voor de gloeilamp.
De verschillende lamptypen bestaan deels naast elkaar. Daarom is bij vervanging niet alleen het uiterlijk van belang, maar ook de aansluiting en de werking. Lees voor een praktische vergelijking ledverlichting en traditionele verlichting vergelijken.
De doorbraak van led
Een led maakt licht met een halfgeleider. De ontwikkeling van efficiënte blauwe leds in de jaren negentig was een belangrijke stap naar bruikbaar wit ledlicht. Isamu Akasaki, Hiroshi Amano en Shuji Nakamura kregen voor die doorbraak in 2014 de Nobelprijs voor Natuurkunde.
Met moderne LED lamps kun je nu kiezen uit uiteenlopende vormen, lichtkleuren en lichtopbrengsten. De herkenbare vorm van een oude gloeilamp kan daarbij blijven bestaan, terwijl de techniek binnenin anders is.
Wil je weten wat die ontwikkeling voor het verbruik betekent? Bekijk dan hoe je energiebesparing bij overstappen op led vergelijkt. Zo verbind je de geschiedenis van verlichting met de keuze voor een passende lamp vandaag.

