You can just call or WhatsApp us: 085 065 6233

Webshop keurmerk ThatsLed.nl
Thuiswerkplek met laptop en aparte bureaulamp

Je thuiswerkplek verlichten: praktisch lichtplan

Een goed verlichte thuiswerkplek maakt documenten en je scherm goed leesbaar zonder hinderlijke reflecties. Dat bereik je met een passende combinatie van daglicht, algemeen licht en eventueel een bureaulamp.

Begin bij raam en scherm

Plaats de werkplek zo dat het raam bij voorkeur naast je is. Je kijkt dan niet rechtstreeks tegen het daglicht in en het raam staat minder snel als felle reflectie achter je in het scherm.

Controleer dit op verschillende momenten van de dag. Gebruik geschikte zonwering wanneer direct zonlicht of spiegeling hinder geeft. Alleen de schermhelderheid verhogen lost een ongunstige plaatsing niet altijd op.

Verlicht ook de omgeving

Werk liever niet met alleen een fel scherm in een verder donkere kamer. Algemene verlichting helpt het verschil tussen scherm en omgeving te beperken. Dat kan een plafondlamp zijn of een armatuur dat licht via wand of plafond verspreidt.

Indirect licht werkt alleen als de lichtbron daarvoor is ontworpen en de reflecterende oppervlakken voldoende licht teruggeven. Een gewone plafondinbouwspot kun je niet vanzelf omhoog richten. Controleer het lichtbeeld vanaf je stoel.

Voeg gericht werklicht toe

Een verstelbare bureaulamp kan extra licht geven op papier of een werkstuk. Zet haar zo dat je hand het licht niet afschermt wanneer je schrijft. Voor rechtshandigen kan licht van links praktisch zijn, en andersom; beoordeel de werkelijke schaduw.

Beeldscherm en bureaulamp in één beeld

Zorg dat de lichtbron niet rechtstreeks in je ogen schijnt of in het beeldscherm weerspiegelt. Verplaats of draai de lamp voordat je alleen een sterker exemplaar kiest.

Praktijkvoorbeeld: een bureau naast het raam

Stel dat je aan een bureau werkt met links een raam, een beeldscherm recht voor je en documenten rechts naast het toetsenbord. Overdag lijkt er voldoende licht, maar later verschijnt een heldere weerspiegeling in het scherm. Bekijk eerst waar die vandaan komt: het raam, een lamp of een licht oppervlak achter je.

Pas de stand van zonwering of de positie van scherm en bureau aan als het raam de oorzaak is. Controleer daarna opnieuw vanuit je normale zithouding. Ga niet scheef zitten om een weerspiegeling te ontwijken; de verlichting moet passen bij een bruikbare werkhouding.

Leg vervolgens een document op de plek waar je het meestal leest. Richt een geschikte bureaulamp op dat vlak en controleer of je schrijfhand schaduw maakt. Houd ook het scherm in beeld: een prettig verlicht vel papier mag niet samengaan met een storende reflectie van de lamp.

Herhaal de controle zodra het buiten donker is. Het raam levert dan geen werklicht meer. Zet algemene verlichting aan en stel de bureaulamp opnieuw af. Zo beoordeel je twee dagelijkse situaties in plaats van één gunstig moment midden op de dag.

Hoeveel licht heb je nodig?

De lumenwaarde beschrijft hoeveel licht een lamp levert. Hoeveel daarvan op je bureau aankomt, wordt onder meer bepaald door afstand, richting en lichtverdeling. De verlichtingssterkte op een oppervlak wordt uitgedrukt in lux.

Er is daarom geen vast aantal lumen dat voor ieder bureau voldoende is. Lezen op papier, beeldschermwerk en fijn handwerk kunnen verschillende eisen stellen. Lees meer over lumen per ruimte en laat een werkplek bij twijfel beoordelen.

Kies lichtkleur en bediening op gebruik

Warm wit of neutraler wit kan allebei bruikbaar zijn. Een hogere kelvinwaarde is geen garantie voor betere concentratie. Kies een uitstraling die prettig werkt en let ook op kleurweergave wanneer je materialen of kleuren beoordeelt.

Lees het verschil tussen lichtkleuren. Met dimbare verlichting kun je de hoeveelheid licht aanpassen aan het daglicht. Controleer bij losse LED lamps of de lamp en regeling daarvoor geschikt zijn.

Een proefopstelling in vier stappen

  1. Gebruik je gewone taken. Open een document op het scherm en leg het papierwerk neer dat je normaal gebruikt. Neem je gebruikelijke zithouding aan.
  2. Beoordeel het algemene licht. Kijk of de omgeving prettig zichtbaar is en of een plafond- of wandlamp in het scherm weerspiegelt.
  3. Stel het werklicht af. Verander positie en richting van de bureaulamp. Controleer tekst, schaduwen en direct zicht in de lichtbron.
  4. Pas de bediening aan. Probeer de dimstand of schakelverdeling voor dag en avond. Noteer welke combinatie prettig werkt.

Verander per stap één onderdeel. Als je tegelijk bureau, lamp en scherm verplaatst, is moeilijk te zien wat de verbetering gaf. Maak eventueel een foto van de gekozen opstelling en noteer de lampstand, zodat je die na schoonmaken eenvoudig terugvindt.

Bij twee beeldschermen controleer je beide schermen afzonderlijk. Een reflectie kan op het ene scherm ontbreken en op het andere wel zichtbaar zijn doordat het iets gedraaid staat. Beoordeel ook een eventuele videocall: licht dat je gezicht zichtbaar maakt, moet tijdens gewoon werk eveneens prettig blijven.

Controleer je opstelling tijdens het werken

Kijk of tekst leesbaar blijft, je geen reflecties ziet en je niet in je eigen schaduw werkt. Doe dit overdag en ’s avonds. Verander telkens één onderdeel, zodat je merkt welke aanpassing helpt.

Blijven er klachten, bespreek dan de hele werkplek met je werkgever of een arbodeskundige. Voor bredere achtergrond lees je ledverlichting en gezondheid.

100 days returns & exchanges
Safe and secure ordering
Please select your product