Een aluminium profiel voor een ledstrip ondersteunt de montage en kan helpen bij warmteafvoer en afscherming. Met een passende diffuser beïnvloed je ook het zichtbare lichtbeeld. De juiste keuze begint bij stripafmetingen, vermogen, montageplek en de richting waarin je licht nodig hebt.
Welke profielvorm past?
Een opbouwprofiel wordt op een geschikte ondergrond gemonteerd. Een inbouwprofiel wordt in een passende uitsparing verwerkt. Een hoekprofiel kan de strip onder een andere hoek richten. Controleer steeds de daadwerkelijke lichtverdeling en montagewijze.
Bij meubels telt ook de ruimte rond de opening. Een profiel dat op papier in een sleuf past, kan nog ruimte vragen voor clips, eindstukken of een kabelinvoer. Meet de complete uitvoering voordat je een meubeldeel laat frezen.
Controleer binnenmaat en aansluitruimte
De stripbreedte moet binnen het bruikbare montagevlak passen. Een beschermde strip kan breder of hoger zijn dan een onbeschermde variant. De buitenmaat van het aluminium vertelt niet hoeveel ruimte binnenin beschikbaar is.
Controleer ook of de gekozen connector onder de afdekking past. Soms vraagt de verbinding meer ruimte dan de strip zelf. Kies een toegestane oplossing vooraf, zodat de kap niet op een aansluiting drukt of daardoor open blijft staan.
Warmteafvoer is productafhankelijk
Ledstrips produceren warmte. De montageondergrond, het contact met het profiel en de omgeving bepalen mede hoe die warmte wordt afgevoerd. Een willekeurig klein aluminium profiel is niet automatisch voldoende voor ieder vermogen per meter.
Volg de voorwaarden van strip en profiel. Houd rekening met montage in een afgesloten meubel, isolatie en nabijgelegen warmtebronnen. Het feit dat een strip maar kort is, geeft geen algemene vrijstelling van de voorgeschreven koeling.
Wat doet de diffuser?
Een opalen kap kan zichtbare lichtpunten verminderen, maar laat ook minder licht door dan een transparante afdekking. Het resultaat hangt samen met de afstand tussen leds en kap, de ledafstand en de optische eigenschappen van het materiaal.
Een dieper profiel kan meer mengruimte bieden. Dat betekent niet dat iedere strip daarin volledig puntvrij wordt. Bij een COB-ledstrip kan de lijn van zichzelf al gelijkmatiger ogen, maar blijven profiel, kijkhoek en reflecties van belang.
Voorbeeld: een verlichte plank boven een bureau
Stel dat je onder een plank een lichtlijn wilt die het bureau verlicht. Vergelijk een vlak opbouwprofiel met een geschikt hoekprofiel. Test waar het licht op het blad valt en of je vanaf de stoel rechtstreeks in de kap kijkt.
Bekijk daarna een transparante en een opalen afdekking met dezelfde strip. De rustigste zichtbare lijn hoeft niet het meeste licht op het werkvlak te leveren. Controleer ook reflecties in een beeldscherm of glanzend bureaublad.
Meet tenslotte waar de kabel uit het profiel komt en waar de voeding bereikbaar blijft. Leg de gekozen doorsnede, lengte, kap en eindstukken vast als complete onderdelenlijst. Zo voorkom je dat de afwerking pas tijdens montage moet worden bedacht.
Montage voorbereiden
Gebruik de bevestiging die voor het profiel en de ondergrond geschikt is. Bereid het montagevlak voor volgens de instructies, zodat de strip goed contact maakt. Een kleeflaag op de strip is geen universeel middel om het hele profiel aan een plafond te dragen.

Verwerk bochten en aansluitingen volgens de toegestane buigrichting en knipplaatsen van de strip. Laat geen scherpe randen op kabels drukken en voorkom spanning op soldeerpunten. De lengte van het profiel en de knipmaat van de strip hoeven niet precies samen te vallen.
Een profiel maakt de installatie niet vanzelf waterdicht
Kapnaden en eindstukken kunnen open verbindingen met de omgeving vormen. Voor vochtige plekken moet de complete opbouw daarvoor bedoeld zijn. Lees IP20 en IP65 bij ledstrips en controleer of afdichten na inkorten mogelijk is.
Comparez ledprofielen samen met de strip. Kies voeding op basis van de elektrische gegevens; een goed profiel verhelpt geen ongeschikte voeding. Lees de driverkeuzehulp en houd het systeem onderhoudbaar.

